Lopende projecten | Cogem NL

COGEM is momenteel met de onderstaande projecten bezig. Bij elk project wordt de verwachte datum van afronding of de deadline van de adviesvraag aangegeven.

VERWACHT 31.01.2018
Adviserende aanbiedingsbrief bij onderzoeksrapport over het belang van akker(randen) voor vlinders

Bij de milieurisicobeoordeling die bij vergunningaanvragen voor teelt- van insectenresistente genetische gemodificeerde (gg-) gewassen wordt uitgevoerd, wordt onder meer gekeken naar mogelijke effecten van het gewas op zogenaamde niet-doelwitorganismen (alle andere organismen dan het plaaginsect waartegen de resistentie is gericht), zoals vlinders. Vlindersoorten die voorkomen in akkerranden kunnen bijvoorbeeld door gg-pollendepositie (neerslag) blootgesteld worden aan Bt-toxines die door insectenresistente gg- maïs worden geproduceerd. Indien er vlindersoorten zijn die vatbaar zijn voor het Bt-toxine dan zou dit tot nadelige milieueffecten kunnen leiden zoals afnemende populatiegroottes.Om informatie te verkrijgen ten behoeve van de risicobeoordeling van teelt van gg-gewassen die Bt-toxines tot expressie brengen, heeft de COGEM laten onderzoeken of er in Nederland vlinders zijn die voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van akkerranden of akkers van maïs.

VERWACHT 31.01.2018
Signalering gene editing bij dieren

De introductie van gene editing technieken zoals CRISPR-Cas (Clustered Regularly Interspaced Short Palindromic Repeat (CRISPR)-associated protein (Cas) heeft de afgelopen jaren een enorme impuls gegeven aan biotechnologisch onderzoek. Dit geldt voor alle gebieden waar biotechnologische technieken en genetisch onderzoek worden toegepast, zoals de landbouw, industriële en medische sector. Gene editing technieken verschillen van de oudere methoden voor genetische modificatie door de efficiëntie, nauwkeurigheid en het gemak waarmee wijzigingen kunnen worden aangebracht in het DNA van micro-organismen, planten, dieren en (theoretisch) zelfs in mensen (zie recente COGEM signalering kiembaanmodificatie).
Gene editing bij dieren lijkt nieuwe mogelijkheden te bieden voor verbetering van de veestapel, om ziekten beter te onderzoeken door verbeterde diermodellen, xenotransplantatie mogelijk te maken, uitgestorven diersoorten terug te brengen en exotische invasieve soorten beter te beteugelen. Maar het roept ook vragen op over ethische toelaatbaarheid, regelgeving en governance.
De signalering bespreekt de ontwikkelingen en mogelijke toepassingen van gene editing bij dieren en identificeert maatschappelijke, ethische en beleidsrelevante vragen die in de toekomst een rol kunnen gaan spelen.

VERWACHT 01.02.2018
Classificatie Bocavirussen en inschaling werkzaamheden met gg-AAV-HBoV type 1-4 en gg-AAV-GBoV

De COGEM is gevraagd te adviseren over de pathogeniteitsclassificatie van Humaan bacovirus type 1-4 (HBoV 1-4) en Gorilla bocavirus (GBoV). Tevens is de COGEM gevraagd te adviseren over de inschaling van werkzaamheden met AAV vectordeeltjes welke zijn gespeudotypeerd met de capside eiwitten van HBoV 1-4 en GBoV.

VERWACHT 16.02.2018
Generieke inschaling van werkzaamheden met Adenovirus en Adeno-associated virus gebaseerde vectorsystemen

Ten behoeve van toepassingsmogelijkheden binnen de gentherapie en vaccinontwikkeling wordt veel gebruik gemaakt van vectorsystemen gebaseerd op biologisch ingeperkt Adenovirus en Adeno-associated virus (AAV). De afgelopen jaren zijn er steeds betere op deze virussen gebaseerde vectorsystemen ontwikkeld. Daarnaast neemt kennis over en ervaring met deze systemen toe. Ter stroomlijning van de vergunningverlening heeft de COGEM daarom laten onderzoeken of werkzaamheden met deze systemen voor generieke omlaagschaling in aanmerking kunnen komen. Op basis van het resulterende onderzoeksrapport zal de COGEM hierop per vectorsysteem in twee aparte adviezen een nadere toelichting geven.

VERWACHT 27.02.2018
Advies naar aanleiding van het onderzoeksrapport over de actualisatie van de lijst met inperkingsmaatregelen voor werkzaamheden met gg-planten

De COGEM heeft onderzoek laten uitvoeren dat zich richtte zich op de inventarisatie van soorten behorende tot de 42 genera die op de inperkingslijst vermeld staan en die in Nederland genetisch gemodificeerd worden, of die reeds genetisch gemodificeerd zijn en waar handelingen mee uitgevoerd worden. Van deze soorten zijn tevens de bestuivingswijze, zaadkenmerken en kruisbaarheid met inheemse verwanten achterhaald. Daarnaast is onderzocht of de huidige inperkingsmaatregelen die gelden voor de genera nog actueel zijn.