Terug naar overzicht

Publicaties

Signalerende brieven 03.12.2014

Signalerende aanbiedingsbrief bij onderzoeksrapport 'Can interactions between Bt toxins be predicted?'

(CGM/141203-01)

De COGEM heeft laten onderzoeken hoe bij de milieurisicobeoordeling omgegaan moet worden met insectenresistente genetisch gemodificeerde (gg-) gewassen waarin meerdere Bacillus thuringiensis (Bt-) toxinegenen zijn ingebracht. Dergelijke gewassen zijn lastig te beoordelen omdat toxines elkaars werking mogelijk kunnen beïnvloeden waardoor onverwachte effecten kunnen optreden.

Het merendeel van de insectenresistente gg-gewassen brengt één of meerdere genen afkomstig van de bacterie Bacillus thuringiensis tot expressie. Een belangrijk onderdeel van de toelatingsprocedure voor teelt van deze insectenresistente gg-gewassen is de beoordeling van eventuele effecten op zogeheten niet-doelwitorganismen.

De laatste jaren neemt het aantal gg-gewassen dat meerdere Bt-toxines produceert toe. Doordat toxines elkaar kunnen beïnvloeden zou het werkingsmechanisme of het effect van een Bt-toxine kunnen veranderen wanneer er ook een ander Bt-eiwit aanwezig is. In het geval synergie kunnen effecten optreden bij lagere doses dan verwacht op grond van de experimenten die met de afzonderlijke Bt-toxines zijn uitgevoerd. Ook zou de specificiteit van de Bt-toxines mogelijk kunnen veranderen wanneer er meerdere Bt-toxines aanwezig zijn. Als de aanwezigheid van meerdere Bt-toxines het effect op niet-doelwitorganismen beïnvloedt, zou de huidige praktijk, waarbij een eventueel effect op niet-doelwitorganismen wordt onderzocht door de niet-doelwitorganismen aan afzonderlijke Bt-toxines bloot te stellen, mogelijk aangepast moeten worden.

Uit het onderzoeksrapport ‘Can interactions between Bt proteins be predicted and how should effects on non-target organisms of GM crops with multiple Bt proteins be assessed?’ (CGM 2014-05), blijkt dat de in gg-gewassen ingebrachte Bt-toxines minder specifiek zijn dan vaak gedacht, en dat sommige toxines daadwerkelijk elkaars werking blijken te beïnvloeden. In het rapport wordt gesteld dat wanneer de in de plant ingebrachte Bt-toxines kruisactiviteit vertonen - dat wil zeggen dat de toxines werkzaam zijn tegen insecten buiten de groep van insecten waarvoor ze primair bedoeld zijn - en de werkingsspectra van deze toxines overlappen elkaar, synergisme tussen de toxines niet uitgesloten kan worden. Dit betekent dat in die gevallen het mengsel van de betreffende Bt-toxines op niet-doelwitorganismen moet worden getest, aangezien niet uitgesloten kan worden dat de activiteit van het mengsel anders is dan die van de individuele Bt-toxines.

Dit onderzoeksrapport maakt uit deel uit van een groter project naar de risicobeoordeling van gg-gewassen die meerder Bt-toxines tot expressie brengen. Eerder is in dit kader het onderzoeksrapport ’Bacillus thuringiensis toxins: their mode of action and the potential for interaction between them (CGM 2014-02)’ verschenen. De uitkomsten van de twee onderzoeksprojecten zijn besproken in een door de COGEM georganiseerde internationale wetenschappelijke workshop. Op basis van de onderzoeksrapporten en het verslag van de workshop zal de COGEM een advies opstellen waarin de eisen worden vastgelegd die aan studies ten behoeve van de milieurisicobeoordeling van insectenresistente gg-gewassen met meerdere toxinegenen moeten worden gesteld.