Terug naar overzicht

Publicaties

Adviezen 28.02.2014

Inschaling retrovirale vectoren afkomstig van ecotrope muizenretrovirussen

(CGM/140228-01)

Van oudsher nemen werkzaamheden met retrovirale vectoren die afgeleid zijn van ecotrope muizenretrovirussen een aparte positie in de Regeling ggo in. Dit komt voort uit het feit dat deze retrovirussen alleen muizen- en rattencellen kunnen infecteren en zich alleen in dit type cellen kunnen vermenigvuldigen. Deze retrovirale vectoren worden in combinatie met niet-muizen en niet-ratten cellen als biologische ingeperkt beschouwd waardoor in vitro werkzaamheden voor omlaagschaling in aanmerking komen.
In de wetenschappelijke literatuur is de afgelopen jaren een toenemend aantal studies gepubliceerd die er op wijzen dat een substantieel deel van zowel laboratoriumspecifieke cellijnen als commerciële beschikbare cellijnen retrovirus-sequenties bevatten. De aanwezigheid van deze sequenties kan van invloed zijn op de biologische inperking van bovengenoemde retrovirale vectoren.
Met het oog op de veiligheid voor mens en milieu is de COGEM van mening dat de omlaagschaling van in vitro werkzaamheden met retrovirale vectoren die afgeleid zijn van ecotrope muizenretrovirussen in combinatie met niet-muizen- en niet-rattencellen alleen overwogen dient te worden als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Deze voorwaarden zijn nader uiteen gezet in het advies. Indien dit niet het geval is, adviseert de COGEM deze in vitro werkzaamheden met betreffende retrovirale vectoren op ML-II in te schalen.