Terug naar overzicht

Publicaties

Adviezen 07.09.2017

Beoordelen van risico’s voor niet-doelwitorganismen bij teelt van gg-gewassen die één of meerdere Bt-toxines tot expressie brengen

(CGM/170907-01)

Wanneer een vergunning voor de teelt van een genetisch gemodificeerd (gg-) gewas wordt aangevraagd, moet worden beoordeeld of dit gg-gewas een effect op zogenaamde niet-doelwitorganismen zou kunnen hebben. Niet-doelwitorganismen zijn alle organismen die in het veld voorkomen, met uitzondering van het plaagorganisme waartegen de ingebrachte eigenschap in het gg-gewas is gericht. Wanneer het aannemelijk is dat de werking van een ingebracht gen een nadelig effect op niet-doelwitorganismen kan hebben, moet informatie worden aangeleverd om eventuele risico’s voor deze organismen te kunnen beoordelen.
Om resistentie tegen plaaginsecten te verkrijgen, worden in gg-gewassen genen ingebouwd, die afkomstig zijn van de bacterie Bacillus thuringiensis en coderen voor Bt-toxines. Steeds vaker worden in een gg-gewas meerdere genen ingebouwd die coderen voor verschillende Bt-toxines. Dit roept nieuwe vragen op voor de risicobeoordeling bij vergunningaanvragen voor teelt, omdat mogelijk synergisme kan optreden tussen de Bt-toxines waardoor (niet-doelwit)organismen die niet vatbaar zijn voor de individuele Bt-toxines, mogelijk wel vatbaar zijn voor de gecombineerde toxines.
Om informatie te verkrijgen over het voorkomen van synergisme tussen de vele verschillende Bt-toxines heeft de COGEM ter voorbereiding van dit advies, literatuuronderzoek laten uitvoeren en samen met internationale zusterorganisaties een wetenschappelijk symposium over dit onderwerp georganiseerd. Op basis van de hiermee verkregen inzichten geeft de COGEM in dit advies een leidraad voor het beoordelen van risico’s voor niet-doelwitorganismen bij teelt van gg-gewassen die meerdere Bt-toxines tot expressie brengen.