Terug naar overzicht

Publicaties

Signaleringen 15.07.2013

Aanvullende informatie over bijwerking in klinische studie met conditioneel replicerende adenovirusvector

(CGM/130715-01)

In een fase I/II klinische studie met genetisch gemodificeerde (gg-)adenovirussen bij patiënten met een hersentumor is een ernstige bijwerking (SAE) waargenomen. Enkele weken na de behandeling met de virusvector kreeg de betreffende patiënt last van een hersenvliesontsteking waardoor de druk in het hoofd toenam. Door de toegenomen druk zijn de hoofdwonden opengegaan en is gedurende enkele dagen hersenvocht met viraal DNA uitgescheiden. Uit de aanvullende informatie blijkt dit DNA afkomstig van de toegepaste virusvector. In het uitgescheiden wondvocht zijn echter geen infectieuze virusdeeltjes aangetroffen. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van wildtype adenovirus of nieuwe recombinanten. De wond is in de thuissituatie behandeld met inachtneming van eerder geadviseerde voorzorgsmaatregelen en het verband is in een chlooroplossing gedesinfecteerd.
Op basis van de aanvullende informatie acht de COGEM de kans zeer klein dat er infectieus adenovirusvector in het hersenvocht aanwezig was. Ook de kans dat naasten hiermee in aanraking zijn gekomen, acht de COGEM zeer klein. Samen met het feit dat in het hersenvocht alleen DNA is aangetroffen van de toegepaste adenovirusvector en gezien de aard van deze adenovirusvector is de COGEM van mening dat de risico’s voor mens en milieu ten gevolge van gemelde SAE verwaarloosbaar klein zijn geweest.
Naar aanleiding van deze gebeurtenis signaleert de COGEM nog het volgende. In het belang van de patiënt en van de milieuveiligheid moet elke relevante analyse van patiëntmateriaal uitgevoerd kunnen worden. De COGEM signaleert de noodzaak om voorafgaand aan een klinische studie met ggo’s na te gaan in hoeverre de aanvrager of samenwerkingspartner over de benodigde faciliteiten cq. IG vergunningen beschikt om patiëntmateriaal te kunnen analyseren bij onverwachte gebeurtenissen. Tevens wijst zij op het belang dat de verkregen kennis beschikbaar komt voor de risicobeoordeling van toekomstige klinische studies.