Veelgestelde vragen | Cogem NL

Veelgestelde vragen

Deze website is bedoeld om informatie te verschaffen over de COGEM, haar werkwijze en publicaties. Zo is na te lezen wat de missie en samenstelling van de COGEM is, en worden al haar publicaties via de website openbaar gemaakt. Zie voor een toelichting op de rol en taken van de COGEM ook de volgende poster of presentatie. Ondanks dat de website een zo volledig mogelijk beeld probeert te verschaffen, blijkt het onmogelijk om alle aspecten toe te lichten. Daarom hieronder een aantal veelgestelde vragen om te verduidelijken hoe het zit met de COGEM en haar werkterrein, genetische modificatie.

1. Adviseert de COGEM naast de overheid ook bedrijven over veilig werken met ggo’s?
De COGEM geeft geen adviezen aan bedrijfsleven of instellingen die zich bezig houden met genetische modificatie, zoals universiteiten of onderzoeksinstellingen.
De COGEM is een wetenschappelijk adviesorgaan van het ministerie IenM. De COGEM adviseert en informeert dit ministerie of andere betrokken ministeries gevraagd en ongevraagd. Bij gevraagde adviezen gaat het meestal om adviezen over specifieke verguningaanvragen. In de wet is vastgelegd dat de COGEM de vergunningverlener (ministerie IenM, of het Bureau GGO), de inspectie, of andere betrokken overheidsinstanties van advies dient.

2. Adviseert de COGEM ook over de risico’s van bioterrorisme?
De COGEM adviseert over de veiligheid voor mens en milieu bij werkzaamheden, productie of commerciële activiteiten met ggo’s. Hierbij wordt gekeken naar de risico’s van ontsnapping, verspreiding en de mogelijke effecten die ggo’s kunnen hebben op mens en milieu. Dit alles valt onder de noemer ‘biosafety’ of veiligheid.
De COGEM houdt zich niet bezig met beveiliging of ‘biosecurity’. Biosecurity gaat over het risico dat gegevens of vindingen uit levenswetenschappelijk onderzoek misbruikt kunnen worden voor criminele of terroristische doeleinden. Het bureau biosecurity is het nationaal kennispunt voor de overheid en voor organisaties waar met risicovolle biologische stoffen wordt gewerkt.

3. Adviseert de COGEM over de ethische en maatschappelijke toelaatbaarheid van toepassingen van genetische modificatie?
De COGEM heeft als wettelijke taak om de regering te informeren (signaleren) over ethische en maatschappelijke aspecten rond genetische modificatie. Dit is iets anders dan adviseren. De COGEM neemt geen positie in, maar inventariseert de standpunten van de betrokken partijen zonder daar zelf een oordeel over uit te spreken. Bij de beschrijving van die standpunten streeft de COGEM ernaar deze zo systematisch mogelijk weer te geven, evenals de argumenten waarmee de standpunten worden onderbouwd. Deze standpunten met hun achterliggende argumenten kan de politiek vervolgens wegen bij haar besluitvorming. Dit informeren gebeurt zowel gevraagd als ongevraagd.
Dit is anders dan bij de wetenschappelijke technische adviezen die de COGEM geeft over individuele vergunningaanvragen die het Bureau GGO/ministerie van IenM aan de COGEM voorlegt. Daarbij neemt de COGEM wel een positie in over de te nemen veiligheidsmaatregelen.

4. Waar moeten vergunningaanvragen worden ingediend?
Vergunningaanvragers zoals universiteiten, laboratoria en industriële bedrijven, dienen hun vergunningaanvraag in bij het Bureau GGO. De aanvraag bevat een beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden met een risicoanalyse en ondersteunende informatie. Indien het een nieuw type van werkzaamheden, een nieuwe soort, of werkzaamheden die niet volgens de gangbare regels (zie de ggo-vergunningverlening) in te delen zijn, wordt de COGEM om advies gevraagd. De COGEM voert een risicoanalyse uit op basis van de door de vergunningaanvrager ingediende informatie, en eigen literatuuronderzoek en expertise. In haar advies kan de COGEM aanvullende inperkende maatregelen voorstellen om het eventuele risico van de voorgenomen werkzaamheden verwaarloosbaar klein te maken.
Op grond van het advies zal het Bureau GGO (bij vergunningaanvragen onder Ingeperkt gebruik: experimenten in laboratoria, kassen etc.) of het ministerie van IenM (bij vergunningaanvragen voor Introductie in het Milieu: veldproeven, gentherapie) al dan niet een vergunning afgeven.

5. Leidt advies van de COGEM tot vertraging bij de vergunningverlening?
De termijnen waarbinnen het BureauGGO of het ministerie van IenM over een vergunning moet beslissen, liggen wettelijk vast. De tijd die de COGEM heeft om hierover te adviseren, is daarop afgestemd. Een vergunning wordt niet sneller afgegeven als de COGEM geen advies zou geven. Bij zogenaamd ‘ingeperkt gebruik’ (experimenten in laboratoria, kassen etc) moet de COGEM binnen 15 dagen advies geven. Bij vergunningen voor ‘introductie in het milieu’ (veldexperimenten met gg-gewassen, gentherapie) geeft de COGEM advies in de 6-weken periode die openstaat voor belanghebbenden om te reageren op de conceptbeschikking.

6. Waarop baseert de COGEM haar adviezen?
In haar advisering baseert de COGEM zich op de gegevens die in de wetenschappelijke literatuur aanwezig zijn. Zij weegt daarbij de informatie uit verschillende wetenschappelijke publicaties tegen elkaar af. De wetenschappelijke en ervaringskennis van de COGEM leden geven tevens aanknopingspunten voor mogelijke veiligheidsvoorschriften (‘expert judgement’).
De COGEM hanteert het ‘voorzichtigheidsprincipe’ in haar technisch-wetenschappelijke advisering. Bij wetenschappelijk onderbouwde twijfel over de afwezigheid van risico’s voor mens en milieu zal de commissie over het algemeen extra veiligheidsmaatregelen adviseren. Als extra veiligheidsmaatregelen niet mogelijk zijn, zal de COGEM negatief adviseren over de vergunningaanvraag en de voorgenomen werkzaamheden.
Indien het niet mogelijk blijkt om tot één gedragen advies te komen, zal een minderheidsstandpunt in het advies opgenomen worden.

 

Naar boven