Advies Veldexperimenten met een bacteriële biosensor
De COGEM is gevraagd te adviseren over voorgenomen werkzaamheden met genetisch gemodificeerde (gg-)bacteriën (Pseudomonas putida stam EM42) die als biosensoren verontreinigingen in water kunnen detecteren. De gg‑bacteriën worden hiertoe in een meetopstelling geplaatst waar oppervlaktewater doorheen wordt geleid. Het betreft een vaste meetopstelling in een bestelauto waarmee op verschillende locaties metingen uitgevoerd zullen worden. De gg‑bacteriën komen via een membraan in contact met het oppervlaktewater dat door de opstelling wordt gepompt, het membraan laat wel water maar geen bacteriën door.
De gg‑bacteriën zijn niet-ziekteverwekkend (apathogeen) en sterk verzwakt, onder andere door verwijdering van genen die een rol spelen in de beweeglijkheid van de bacteriën. De ingebrachte sequenties zijn, met uitzondering van het pyocyanine-gen (een bekende virulentiefactor), niet schadelijk. De COGEM is van oordeel dat het toevoegen van één virulentiefactor aan een zeer verzwakt, apathogeen organisme er niet toe leidt dat dit organisme pathogeen wordt.
Alles overwegende is de COGEM van oordeel dat de risico’s voor mens en milieu bij de voorgenomen werkzaamheden verwaarloosbaar klein zijn. De COGEM merkt op dat de aanvraag een ambigu karakter heeft: betreft het een vergunning voor het introduceren van een ggo in het milieu, terwijl anderzijds diverse inperkingsmaatregelen worden genomen die er juist op gericht zijn te voorkomen dat het ggo in het milieu terechtkomt.