Advies Pathogeniteitsclassificatie van het porcine parvovirus
De COGEM is gevraagd te adviseren over de pathogeniteitsklasse van het porcine parvovirus (PPV), in verband met plaatsing van dit virus op Bijlage 4 van de Regeling ggo. In deze bijlage worden organismen opgenomen die ziekteverwekkend zijn voor mens, dier of plant. Tevens is gevraagd of dit virus als strikt dierpathogeen beschouwd moet worden.
PPV komt wereldwijd voor bij varkens, waaronder in Nederland. PPV is één van de belangrijkste oorzaken van verminderde voortplanting van gehouden varkens. Het virus kan bij onbeschermde drachtige zeugen de placentabarrière doorkruisen en voor abortus of dood¬geboorte zorgen. Volwassen (niet-drachtige) varkens en biggen vertonen na PPV besmetting geen, of enkel milde ziekteverschijnselen.
Het virus wordt uitgescheiden via onder andere vloeistof uit de neus en uitwerpselen, en kan buiten het lichaam maandenlang infectieus blijven. Andere varkens kunnen via de neus of mond geïnfecteerd raken, bijvoorbeeld door het aanraken van objecten waar het virus op aanwezig is, via het eten van besmet voedsel, of door sperma van een geïnfecteerde beer.
Er is geen behandeling voor ziekte veroorzaakt door PPV, maar er zijn meerdere vaccins beschikbaar die bescherming bieden tegen foetale sterfte. Vaccinatie is daarmee effectief in het onder controle houden van vruchtbaarheidsproblemen in varkenshouderijen. PPV is niet besmettelijk voor de mens.
Alles in overweging nemende, adviseert de COGEM het porcine parvovirus (species Protoparvovirus ungulate1) als strikt dierpathogeen virus in te delen in pathogeniteitsklasse 2 en te plaatsen op Bijlage 4, lijst 4.1 van de Regeling ggo.