Aanbiedingsbrief bij onderzoeksrapport over cellijnidentificatie
In onderzoek binnen de levenswetenschappen wordt veel gebruik gemaakt van gekweekte cellijnen van humane of dierlijke oorsprong. Door fouten bij de karakterisering of etikettering van cellijnen, kruisbesmettingen, of door onbedoelde verwisselingen wordt soms gewerkt met andere cellijnen dan verondersteld. Het werken met verkeerde cellijnen kan onder bepaalde omstandigheden resulteren in bioveiligheidsrisico’s, bijvoorbeeld wanneer retrovirale vectoren gebruikt worden in combinatie met cellijnen waarin zich retrovirale sequenties bevinden.
De COGEM concludeert op basis van de resultaten van het onderzoeksrapport ‘Impact of Misidentified Cell Lines in Dutch Institutions (IFCELL-NL)’ (CGM 2026-02) dat ook in Nederlandse laboratoria het risico op het werken met een verkeerde cellijn aanwezig is. Hoewel onderzoekers zich grotendeels bewust zijn van het belang van een juiste cellijnidentiteit, wordt er lang niet in alle gevallen op gecontroleerd en vertrouwt men vaak ten onrechte op de kwaliteit van een aangeleverde cellijn.
De COGEM dringt aan op een betere uitvoeringspraktijk voor de identificatie van cellijnen en ze adviseert de Inspectie Leefomgeving en Transport om de controle van cellijnen in geval van mogelijke risico’s voor mens en milieu als aandachtspunt bij de inspectie mee te nemen.