Onderzoeksrapport over recombinatie tussen HIV en lentivirale vectoren
De Commissie Genetische Modificatie (COGEM) heeft recent laten onderzoeken of er nieuwe virussen kunnen ontstaan bij gentherapieën waarbij gebruik wordt gemaakt van lentivirale vectoren. Deze vectoren zijn verwant aan het humaan immunodeficiëntievirus (HIV), waardoor er theoretisch een risico bestaat op uitwisseling van genetische informatie tussen vector en virus in mensen met HIV. Dit zou kunnen leiden tot nieuwe varianten van HIV.
Tot nu toe werd dit risico als zeer klein ingeschat, maar experimentele onderbouwing ontbrak. Het onderzoek, uitgevoerd door het Amsterdam Universitair Medisch Centrum (Amsterdam UMC), toont aan dat er geen nieuwe virussen ontstaan bij gebruik van de meest gangbare lentivirale vector: de zelf-inactiverende (self-inactivating, SIN) lentivirale vector. Bij het gebruik van niet-zelf-inactiverende lentivirale vectoren, die minder veilig zijn, is wel uitwisseling van genetisch materiaal waargenomen. Het ontstaan van nieuwe virussen kan bij deze vectoren daarom niet worden uitgesloten.
De resultaten van het onderzoek zijn van belang voor de milieurisicobeoordeling van klinische studies en laboratoriumexperimenten met lentivirale vectoren. De bevindingen ondersteunen het eerdere advies van de COGEM dat mensen met HIV veilig kunnen deelnemen aan klinische studies waarbij SIN-lentivirale vectoren worden gebruikt. Voor niet-SIN-lentivirale vectoren blijft het risico voor mensen met HIV relevant.