Advies Huisvesting van genetisch gemodificeerde muizen in een buitenverblijf
De COGEM is gevraagd te adviseren over werkzaamheden waarbij genetisch gemodificeerde (gg-)muizen zullen worden gehuisvest in een zogenoemde muizentuin: een buitenverblijf waarin muizen onder semi-natuurlijke omstandigheden kunnen leven. Hierdoor kan onder meer onderzoek gedaan worden naar de invloed van natuurlijke dag-nachtritmes, temperatuur en weersomstandigheden. Omdat het om een buitenverblijf gaat, kan niet worden voldaan aan enkele inperkingsniveau D-I-voorschriften. De aanvrager doet daarom een zogenaamd ATV-verzoek met alternatieve voorschriften.
De muizentuin waar de gg-muizen zullen verblijven, heeft een dubbele barrière: een afgesloten kooi van volledig muisbestendig RVS-gaas vormt de eerste barrière. Daaromheen bevindt zich de tweede barrière met niet-beklimbare schotten met RVS‑gaas aan de zijkanten en de bovenzijde om externe predatoren te weren. Ook de bodem van beide barrières is ondoordringbaar voor zoogdieren. De alternatieve voorschriften die de aanvrager voorstelt, omvatten onder meer het uitsluiten van voortplanting, periodieke integriteitscontroles van de constructie, dagelijkse telling van alle muizen en een incidentenprotocol. De muizentuin is in het verleden ruim drie jaar in gebruikt geweest zonder dat zich incidenten hebben voorgedaan.
Alles in overweging nemende is de COGEM van oordeel dat de huisvesting van gg-muizen in de muizentuin, met inachtneming van de voorgestelde alternatieve voorschriften, een inperkingsniveau biedt dat gelijkwaardig is aan het D-I inperkingsniveau voor gesloten verblijven. Zij is van oordeel dat de risico’s voor mens en milieu verwaarloosbaar klein zijn bij de voorgenomen huisvesting.