Terug naar overzicht

Publicaties

Adviezen 12.05.2009

Handelingen met een aantal genetisch gemodificeerde plantensoorten (weidehavikskruid, knoflook, wilde aardappel, wilde tomaten)

(090512-07) De COGEM is gevraagd te adviseren over de inschaling van werkzaamheden in kassen met gg-planten van de wilde aardappel (Solanum bulbocastanum), vier wilde tomatensoorten (S. pennellii, S. peruvianum, S. habrochaites en S. chmielewskii), weidehavikskruid (Hieracium caespitosum) en knoflook (Allium sativum).
De wilde aardappel (S. bulbocastanum) komt niet in de Nederlandse natuur voor. Ook komen in Nederland geen kruisbare verwante soorten voor. De COGEM is van mening dat er geen aanvullende maatregelen genomen hoeven te worden om pollenverspreiding te voorkomen.
Wilde tomaten (S. chmielewskii, S. pennellii, S. peruvianum en S. habrochaites) komen niet in Nederland voor. De wilde tomatensoorten kunnen echter wel kruisen met de cultuurtomaat. Hoewel tomaten bekend staan als zelfbestuivers kennen zij in tropische klimaten een zeker percentage kruisbestuiving. Hierbij wordt het pollen door insecten verspreid. Gezien het bovenstaande is de COGEM van mening dat bij werkzaamheden met gg-S. pennellii, -S. peruvianum, -S. habrochaites en -S. chmielewskii insectenbestuiving voorkomen dient te worden.
Weidehavikskruid (H. caespitosum) komt in Nederland voor. Ook komen in Nederland een aantal kruisbare verwante soorten voor. Het pollen van weidehavikskruid verspreid door insecten. Om kruisbestuiving met wild weidehavikskruid en wilde verwante soorten te voorkomen adviseert de COGEM tot het nemen van maatregelen om insectenbestuiving te voorkomen. De zaadjes die weidehavikskruid vormt, bevatten parachuutjes van vruchtpluis en worden hierdoor gemakkelijk door de wind verspreid. Bovendien laten de zaadjes gemakkelijk van de plant los. De COGEM is daarom van mening dat aanvullende maatregelen nodig zijn om verspreiding van zaad te voorkomen.
Knoflook (A. sativum) heeft twee variƫteiten: steriele geteelde knoflook en zaadvormende wilde knoflook. De wilde knoflook is een kruisbestuiver waarbij het pollen wordt verspreid door insecten. In Nederland wordt alleen de steriele knoflook geteeld. De COGEM is van mening dat bij werkzaamheden met geteelde knoflook geen maatregelen genomen hoeven te worden om pollenverspreiding te voorkomen.
Concluderend is de COGEM van mening dat bij handelingen met genetisch gemodificeerde wilde aardappel en knoflook geen aanvullende inperkingsmaatregelen genomen hoeven te worden. Dit betekent dat werkzaamheden kunnen plaatsvinden op inperkingsniveau PK-I. De COGEM is van mening dat bij handelingen met gg-wilde tomatensoorten maatregelen genomen dienen te worden om insectenbestuiving te voorkomen. Dit betekent dat handelingen met de wilde tomatensoorten uitgevoerd kunnen worden op inperkingsniveau PK-I met aanvullende maatregelen. Vinden handelingen plaats op PK-II niveau, dan zijn aanvullende voorschriften niet nodig aangezien deze behoren tot de standaardrichtlijnen voor werkzaamheden in een PK-II kas.
De COGEM is van mening dat bij handelingen met gg-weidehavikskruid maatregelen genomen dienen te worden om insectenbestuiving en zaadverspreiding te voorkomen. De COGEM adviseert om handelingen met gg-weidehavikskruid te laten plaatsvinden op inperkingsniveau PK-II.