Terug naar overzicht

Publicaties

Signalerende brieven 03.06.2019

Aanbiedingsbrief bij onderzoeksproject percepties van burgers over genetische modificatie

(CGM/190603-01)

Mede met het oog op het maatschappelijk draagvlak voor beleid rondom de regulering van ggo’s, heeft de COGEM onderzoek laten uitvoeren naar de percepties van burgers bij de verschillende technieken voor genetische modificatie zoals toegepast bij planten en in de geneeskunde.
Door de ontwikkeling van nieuwe technieken zoals CRISPR-Cas vervagen de grenzen tussen een genetisch gemodificeerd organisme (ggo) en wildtype organismen of organismen verkregen via conventionele veredeling. Bij sommige technieken kan daardoor onduidelijkheid ontstaan of de huidige ggo-wetgeving hierop wel van toepassing is. Daarom wordt er gezocht naar juridische oplossingen, bijvoorbeeld in de vorm van aanpassing van de regelgeving[1] of door een herinterpretatie van de wettelijk vastgelegde definitie van een ggo. Tot op heden wordt de discussie hierover vooral gevoerd door onderzoekers, beleidsmakers en stakeholders (industrie en maatschappelijke organisaties), dat wil zeggen partijen met kennis van de wetenschappelijke en juridische achtergrond. Maar wat vinden burgers eigenlijk van deze verschillende technieken en wat zien zij als genetische modificatie?
Uit het voorliggende onderzoeksrapport blijkt dat de meeste mensen nauwelijks onderscheid maken tussen de verschillende technieken waarmee genetische modificaties tot stand worden gebracht.
Het onderscheid dat in de juridische en wetenschappelijke context gemaakt wordt tussen de verschillende technieken om genetische modificaties aan te brengen, lijkt vanuit het oogpunt van maatschappelijk draagvlak een zeer beperkte rol te spelen. De context en de veiligheid van nieuwe producten, ongeacht hoe ze gemaakt zijn, zijn van doorslaggevend belang voor de meningsvorming van burgers. In politieke discussies in Den Haag en Brussel, evenals in wetenschappelijke kringen, wordt vooral gesproken over de wetenschappelijke en juridische verschillen tussen de technieken. Tegelijkertijd wordt maatschappelijk draagvlak voor beleid over het algemeen van belang geacht. De COGEM wijst een spanningsveld tussen een enerzijds technisch wetenschappelijke en juridische discussie en anderzijds een maatschappelijke discussie die zich vooral richt op toepassing en context. Als de overheid maatschappelijke betrokkenheid bij biotechnologiebeleid wenst, zal zij zich hiervan bewust moeten zijn om keuzes te kunnen maken en hier rekening mee te houden in de publiekscommunicatie over biotechnologiebeleid.