Terug naar overzicht

20.07.2018 | Onderzoekscall: Uitvoerders gezocht voor twee onderzoeksprojecten

De Commissie Genetische Modificatie (COGEM) laat ter ondersteuning van haar werkzaamheden onderzoek door derden verrichten. Voor een van deze projecten wordt een uitvoerder gezocht. Geïnteresseerden worden opgeroepen projectoffertes in te dienen.

Offertes richten aan:             F. van der Wilk, secretaris COGEM; info@cogem.net,
                                                      (of Postbus 578, 3720 AN Bilthoven)

Indienen van projectoffertes is mogelijk tot: 30 augustus 2018

Inschrijving op opengestelde projecten is niet aan voorwaarden gebonden en staat open voor elke geïnteresseerde. Oproepen tot inschrijving worden onder meer op de COGEM website en in de e-mail nieuwsbrief gepubliceerd. De commissie streeft ernaar om tenminste drie offertes per project te ontvangen.
De offerte moet tenminste een duidelijke beschrijving bevatten van de voorgestelde werkzaamheden en een inzichtelijke begroting. Dit betekent dat er een duidelijke koppeling moet zijn tussen de begrote kosten en de voorgestelde werkzaamheden onder vermelding van het aantal ingeschatte uren en een specificatie van de uurtarieven.

Het project zal begeleid worden door een commissie van deskundigen. Deze begeleidingscommissie zal in aanwezigheid van de uitvoerders minimaal drie keer bijeenkomen. De uitvoerders zullen de resultaten van hun onderzoek presenteren in een vergadering van een van de subcommissies van de COGEM.

Het Dagelijks Bestuur van de COGEM neemt het besluit over toewijzing van projecten. De voorstellen worden beoordeeld op de volgende criteria:

  • mate van aansluiting bij de onderzoeksvraag;
  • competentie van het onderzoeksteam voor de uitvoering van het voorgestelde onderzoek;
  • helderheid en (wetenschappelijke) kwaliteit van het voorgestelde onderzoek;
  • (uitvoerbaarheid van) het werkprogramma;
  • prijs en kosteneffectiviteit

De volgende projecten staan open voor inschrijving:

1) Verspreiding en uitkruising van gg-koolzaad in Nederland
In Europa zijn verschillende gg-koolzaad (Brassica napus) lijnen toegelaten voor import en verwerking. Daarnaast worden met enige regelmaat vergunningaanvragen voor import van nieuwe gg-koolzaadlijnen ingediend. Genetisch gemodificeerde koolzaad is het enige binnen de EU toegelaten gg-gewas dat zich via gemorst zaad in Noord-West Europa kan vestigen. Koolzaad komt voor langs transportroutes (waaronder spoorwegen), bij overslagstations en langs akkerranden. Populaties in Nederland zijn klein en verdwijnen na verloop van tijd. Koolzaad kan in de natuurlijke omgeving met het algemeen in Nederland voorkomende verwante raapzaad (Brassica rapa) kruisen.
Bij overslag en transport van gg-koolzaad kunnen door morsen zaden in het milieu komen en tot opslag van gg-koolzaadplanten leiden. In verschillende landen (waaronder ook Europese landen) zijn (herbicidentolerante) gg-koolzaadplanten langs transportroutes aangetroffen.  In Europa wordt geen gg-koolzaad geteeld, maar in landen waar teelt van gg-koolzaad wel plaatsvindt, is stapeling van meerdere transgenen in een plant ten gevolge van onderlinge uitkruising waargenomen en is overdracht van transgenen van gg-koolzaad naar wild raapzaad waargenomen.
Bij de risicobeoordeling van importvergunningen van gg-koolzaad gaat de COGEM uit van het meest risicovolle scenario dat gg-koolzaad gemorst wordt, zich vestigt en kruist met conventioneel koolzaad of raapzaad en dat stapeling van meerdere transgenen in een populatie zal plaatsvinden. Op voorhand kan niet geheel uitgesloten worden dat een combinatie van transgene eigenschappen tot een schadelijk effect zou kunnen leiden. De COGEM is daarom van mening dat op de aanwezigheid van gg-koolzaadplanten gemonitord moet worden. Dientengevolge heeft de COGEM herhaaldelijk geadviseerd dat het gebruikelijke verplichte monitoringsplan voor import en verwerking van gg-gewassen voor gg-koolzaad uitgebreid moet worden met een verplichting tot monitoring op de aanwezigheid van gg-planten op overslagstations en langs transportroutes.
De COGEM baseert haar advies op bevindingen uit het buitenland, onbekend is of opslag van gg-koolzaadplanten en overdracht van transgene sequenties naar conventioneel kool- of raapzaad in Nederland plaatsvindt. De COGEM wil ter onderbouwing van haar advisering laten onderzoeken of opslag van gg-koolzaadplanten in Nederland plaatsvindt en of transgene sequenties zich naar raapzaadpopulaties verspreiden. Hiertoe moet langs wegen, waterwegen, spoorwegen en overslagstations gezocht worden naar koolzaadpopulaties (waarbij eerdere waarnemingen behulpzaam kunnen zijn) die vervolgens onderzocht moeten worden op aanwezigheid van gg-koolzaad. Aangezien de meeste gg-koolzaadlijnen herbicidentolerant zijn en door gebruik van herbiciden, op bijv. spoorwegtracés, geselecteerd wordt op gg-koolzaad is het voor de hand liggend om deze eigenschap en daarvoor coderende genen centraal te stellen in het onderzoek. Tevens moeten raapzaadpopulaties die zich in de buurt van transportroutes of overslagstations bevinden, onderzocht worden op herbicidentolerantie.

Opzet onderzoek: Het onderzoeksproject bestaat uit twee delen. In het eerste deelproject zal aan de hand van eerder onderzoek en waarnemingen, bekende overslagplaatsen en transportroutes e.d., locaties geïdentificeerd worden waar later bemonsterd zal worden. Ook zal indien mogelijk ingeschat worden of de eerder geïdentificeerde koolzaadpopulaties zich uitbreiden of krimpen. Verder zullen in het eerste deelproject (moleculaire) detectiemethoden ontwikkeld en geverifieerd worden. In overleg met de begeleidingscommissie zal bepaald worden waar bemonsterd zal worden en hoeveel koolzaad- en raapzaadplanten getest zullen worden. In het tweede deelproject zal de daadwerkelijke bemonstering en testen plaatsvinden.

Doel van het project: Inzicht verkrijgen in het voorkomen van gg-koolzaadplanten bij overslagstations en transportroutes en de eventuele verspreiding van transgene sequenties naar raapzaadpopulaties teneinde tot een beter onderbouwd advies over monitoringsverplichtingen bij de import van gg-koolzaad te komen.

Resultaat: kennis over aanwezigheid van gg-koolzaadplanten en of er mogelijk verspreiding van transgene sequenties naar raapzaad heeft plaatsgevonden.

Type onderzoek: veldonderzoek
 

2) Een onderzoek naar publieke percepties over wat onder genetische modificatie verstaan moet worden
Wat een genetisch gemodificeerd organisme (ggo) is en welke processen leiden tot een ggo is vastgelegd in wet- en regelgeving. De ontwikkeling van nieuwe technieken zorgt er echter al geruime tijd voor dat deze juridische kaders onder druk komen te staan en dat de grenzen tussen een ggo en een conventioneel ‘product’ in de praktijk vervagen. De processen waarbij genetische wijzigingen worden aangebracht leiden niet meer altijd tot een ggo zoals in de definitie omschreven. Daarom wordt gezocht naar juridische oplossingen die beter aansluiten op de wetenschappelijke praktijk en de toepassingen die daaruit voortkomen.
Maar hoe zit het met het maatschappelijke perspectief en daarmee ook het draagvlak voor deze oplossingen? Welke oplossingsrichtingen sluiten het beste aan bij de belevingswereld van burgers, consumenten en patiënten over wat genetische modificatie is (en wat het niet is)?
Daarom wil de COGEM een onderzoek laten uitvoeren met als vraag wat mensen gevoelsmatig en op basis van hun aanwezige kennis zien als genetische modificatie. Het betreft een publieksonderzoek aan de hand van zowel voorbeelden uit de plantenbiotechnologie (landbouw, voedsel) als de medische biotechnologie (medicijnen, gentherapie, vaccins). Het onderzoek beoogt inzicht te bieden in de vraag of en welke genetische wijzigingen als genetische modificatie worden gezien.
Een onderzoek naar wat men associeert met genetische modificatie kan bijdragen aan inzicht in het maatschappelijke draagvlak voor beleid rondom de regulering van ggo’s. Het betreft geen onderzoek naar de vraag of men positief of negatief is over genetische modificatie en ook niet naar de juistheid van de kennis van het publiek over genetische modificatie.

Doel van het project: Inzicht verkrijgen de perceptie van mensen over wat genetische modificatie is.

Resultaat: Kennis over de percepties van algemeen publiek over genetische modificatie en percentuele verdeling daarvan.

Type onderzoek: focusgroepen + publieksonderzoek (enquête).

Onderzoekscall