Terug naar overzicht

Publicaties

Adviezen 22.03.2017

Vervolgadviesvraag VEEV replicons en noodzaak RCV test

(CGM/170322-03)

Naar aanleiding van een recent advies van de COGEM (CGM/170224-01) over omlaagschaling van werkzaamheden met genetisch gemodificeerd (gg-)Venezuelan equine encephalitis virus (VEEV) is een aanvullende adviesvraag gesteld over de noodzaak van een aanvullende test bij toekomstige werkzaamheden.
In haar eerdere advies had de COGEM enerzijds gesteld dat de kans op het ontstaan van zogenaamd replicatiecompetent virus (RCV) in het productiesysteem verwaarloosbaar klein was en anderzijds dat ze aanneemt dat er voorafgaand aan toekomstige werkzaamheden een test op de aanwezigheid van RCV zou worden uitgevoerd. Gezien de schijnbare tegenstelling tussen deze opmerkingen heeft BGGO gevraagd of een RCV test wel of niet opgelegd moet worden.
De COGEM is van oordeel dat werkzaamheden met het onderhavige gg-VEEV repliconsysteem op ML-I of DM-I kunnen plaatsvinden, onafhankelijk van het type insert, en dat een additionele RCV test vanuit milieuoverwegingen niet per se noodzakelijk is. Dit onder voorbehoud dat de inserts het inperkende effect van de deleties in het gg-VEEV niet ongedaan maken, zoals het geval zou kunnen zijn bij sequenties van virusspecies uit de Togaviridae of de Rhabdoviridae.