Terug naar overzicht

Publicaties

Adviezen 03.05.2016

Vervolgadvies classificatie van humane papillomavirussen

(CGM/160503-01)

Onlangs heeft de COGEM geadviseerd over de classificatie van humane papillomavirussen (HPV’s). Een aantal HPV’s uit het genus Alphapapillomavirus zijn geassocieerd met het ontstaan van kanker. De COGEM heeft geadviseerd alle HPV’s in pathogeniteitsklasse 2 in te delen. Twee COGEM leden zijn echter van mening dat de oncogene alphapapillomavirussen HPV 16 en 18 in pathogeniteitsklasse 3 ingedeeld moeten worden. Deze afwijkende mening is in een minderheidsstandpunt in het advies opgenomen.
Naar aanleiding van het advies en minderheidsstandpunt heeft Bureau ggo de COGEM vier vragen voorgelegd.
De eerste vraag betreft de verschillen tussen de classificatie van de oncogene alphapapilomavirussen en het Hepatitis C virus (HCV). De COGEM wijst erop dat ze zich bij  classificaties baseert op de ernst van de ziekte, de transmissie-efficiëntie, de beschikbaarheid van een behandeling en de prevalentie onder de Nederlandse bevolking. De afweging tussen die elementen leidt ertoe dat zij bij de oncogene alphapapillomavirussen op pathogeniteitsklasse 2 en voor HCV op klasse 3 uitkomt.
Met betrekking tot het hanteren van twee aanvullende voorschriften voor werkzaamheden met alle HPV’s constateert de COGEM dat deze een minimale wijziging betreft van het geadviseerde en niet als verzwaring van de te hanteren inperkende maatregelen zal worden aangemerkt. Zij kan  instemmen met deze aanvullende voorschriften.
In reactie op de vraag over het minderheidsstandpunt worden de drie aspecten die hierbij een rol hebben gespeeld, toegelicht. Een van de aspecten betreft de relatief hoge incidentie waarmee HPV 16 en 18 met het ontstaan van kanker zijn geassocieerd. Daarnaast wordt de kans reëel geacht dat de partner van een besmette laboratoriummedewerker ook besmet wordt met HPV en in geval van HPV 16 en 18 een verhoogde kans geeft op kanker. Bovendien achten zij de vaccinatiedekkingsgraad tegen HPV 16 en 18 nog te beperkt om te kunnen stellen dat er veilig met deze HPV typen gewerkt kan worden.
Tot slot merkt de COGEM op dat er op dit moment onvoldoende gegevens beschikbaar zijn over de mate van kankerverwekkendheid van HPV 16 en 18 ten opzichte van de andere oncogene alphapapillomavirussen. Zij kan derhalve niet vaststellen of het risicopotentieel van HPV 16 en 18 in een laboratoriumsetting anders is dan dat van de overige oncogene alphapapillomavirussen.