Terug naar overzicht

Publicaties

Signalerende brieven 17.10.2014

Signalerende aanbiedingsbrief bij onderzoeksrapport Bacillus thuringiensis toxins: their mode of action and the potential for interaction between them

(CGM/141014-01)

Bij de toelatingsprocedure van teelt van genetisch gemodificeerde (gg-)gewassen, vormt de beoordeling op het mogelijk optreden van schadelijke effecten in het veld op niet-doelwitorganismen (’non target organisms’ ofwel NTO's) een belangrijk onderdeel van de milieurisicoanalyse. Dit speelt vooral een rol bij de beoordeling van insectenresistente gg-gewassen.

In de afgelopen jaren is veel ervaring opgedaan met de milieurisicobeoordeling van gg-gewassen die één Bt-gen tot expressie brengen. Echter, steeds vaker worden er meerdere Bt-genen in een gg-plant ingebouwd. Doordat eiwitten elkaar kunnen beïnvloeden, kan het daardoor niet uitgesloten worden dat het werkingsspectrum van een Bt-toxine verandert wanneer er andere Bt-toxines in de plant aanwezig zijn.

Om een beter inzicht te verkrijgen hoe hiermee bij de milieurisicobeoordeling om moet worden gegaan, met name voor mogelijk nadelige effecten op NTO's, heeft de COGEM twee onderzoeksopdrachten laten uitvoeren. De onderzoeksopdracht beschreven in dit eerste rapport heeft een biochemische en toxicologische invalshoek. Er wordt ingegaan op de verschillende groepen van Bt-toxines, hun mogelijke werkingsmechanismen en de in de literatuur aanwezige gegevens over toxiciteit van en interacties tussen Bt-toxines. Het rapport behorende bij de tweede onderzoeksopdracht benadert meer het perspectief vanuit de milieurisicobeoordeling en zal later dit jaar verschijnen.

Op basis van het huidige rapport signaleert de COGEM dat er tot nu toe weinig toxiciteitsgegevens van Bt-toxines voor NTOs bekend zijn. Ook zijn er geen gegevens over interactieve effecten van Bt-toxine combinaties bij NTO's bekend. Verder concludeert de COGEM op basis van de in het rapport uitgevoerde berekeningen dat antagonisme bij Bt-toxines relatief zeldzaam is, dat synergisme voorkomt, en dat bepaalde combinaties van toxines voor de ene organismesoort antagonisme vertonen, terwijl zij voor een andere organismesoort juist synergisme vertonen. Op basis hiervan signaleert de COGEM dat waargenomen interacties van combinaties van Bt-toxines op een bepaald doelwitorganisme niet automatisch naar NTOs geëxtrapoleerd kunnen worden.

Samenvattend ziet de COGEM vooralsnog geen aanleiding haar eerdere standpunt, dat bij de milieurisicobeoordeling van gg-gewassen waarin combinaties van Bt-genen voorkomen, het noodzakelijk is dat studies naar effecten op NTOs niet alleen met de afzonderlijke Bt-toxines, maar óók met combinaties van die Bt-toxines moeten worden uitgevoerd, te herzien. Tevens is zij van mening dat deze experimenten met NTOs uitgevoerd dienen te worden