Terug naar overzicht

Publicaties

Adviezen 25.08.2017

Inschaling in vitro werkzaamheden met recombinant humaan prion-eiwit

(170825-01)

De COGEM is gevraagd te adviseren over de risico’s van ggo-werkzaamheden met het humane prion-eiwit (PrP) en mogelijke maatregelen om de risico’s voor mens en milieu te minimaliseren.
Prion-eiwitten zijn lichaamseigen eiwitten (PrPc), die bij alle zoogdieren voorkomen. Onder bepaalde condities kan PrPc van structuur veranderen en ontstaat PrPsc eiwit. Aggregatie van PrPsc in hersenweefsel leidt tot progressieve neurodegeneratieve afwijkingen met de dood tot gevolg. De aanvrager is van plan om een recombinante versie van het humane PrP eiwit, rPrP90-231, te kloneren en tot expressie te brengen in E. coli. Vervolgens zal de E. coli worden afgedood en is de aanvrager voornemens werkzaamheden met het gezuiverde eiwit uit te voeren.
De COGEM is van oordeel dat de kans dat het in E. coli geproduceerde rPrP90-231 pathogene conformaties zal aannemen verwaarloosbaar klein is, omdat hiervoor behandeling van het gezuiverde rPrP met denaturerende chemicaliën en/of toevoeging van specifieke co-factoren noodzakelijk is. Zij is van oordeel dat de klonerings- en productiewerkzaamheden uitgevoerd kunnen worden op ML-I.
Het is bekend dat onder bepaalde condities gezuiverd rPrP omgezet kan worden in infectieuze conformaties en prionziektes kan veroorzaken. De COGEM kan niet uitsluiten dat er tijdens de voorgenomen zuiveringswerkzaamheden infectieus PrPsc gevormd zal worden. De COGEM adviseert de zuivering van rPrP90-231 op ML-II uit te voeren met inachtneming van een aantal aanvullende werkvoorschriften om de kans op blootstelling van laboratoriummedewerkers te verkleinen. Op deze inperkingsniveaus en met inachtneming van deze aanvullende voorschriften, is de COGEM van oordeel dat de risico’s van de voorgenomen werkzaamheden verwaarloosbaar klein zijn. Verder wijst de COGEM er op dat in het geval van een prikincident het van belang is dat de besmette persoon wordt uitgesloten van donatie van bloed, cellen en weefsels om verspreiding naar derden te voorkomen.