Terug naar overzicht

Publicaties

Adviezen 12.01.2017

Hernieuwing vergunning voor import en verwerking van de gg-koolzaadlijnen MS8, RF3 en MS8xRF3

(CGM/170112-01)

De COGEM is gevraagd om te adviseren over de hernieuwing van de vergunning voor import en verwerking van de genetisch gemodificeerde (gg-) koolzaadlijnen MS8, RF3, MS8xRF3.
De koolzaadlijnen MS8 en RF3 zijn door het bar gen tolerant voor glufosinaat-ammonium bevattende herbiciden. Ze bevatten respectievelijk de barnase en barstar genen wat een gecontroleerd bestuivingsmechanisme mogelijk maakt.
De aanvraag voor de hernieuwing bevat onder andere geactualiseerde bioinformatische analyses, een recente literatuurreview en de resultaten van de verplichte ‘post-market environmental monitoring’. Hieruit komen geen nieuwe inzichten over mogelijke risico’s voor mens en milieu naar voren. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat de geïntroduceerde eigenschappen het verwilderingspotentieel van de gg-koolzaadlijnen vergroot, behalve op locaties waar glufosinaat-ammonium wordt gebruikt voor onkruidbestrijding.
Door het morsen van zaden kan er opslag optreden en komen er in Nederland koolzaadpopulaties voor langs transportroutes en bij overslagstations. Koolzaad kan kruisen met zijn wilde verwant Raapzaad. De COGEM kan op voorhand niet uitsluiten dat er als gevolg van ‘gene flow’ op termijn ''stapeling'' van transgene eigenschappen in koolzaadplanten kan optreden. Een mogelijke combinatie van transgene eigenschappen of een mogelijke interactie tussen producten van deze transgenen zou tot een potentieel schadelijk milieueffect kunnen leiden. Op basis hiervan acht de COGEM het noodzakelijk dat er bij de importvergunning van gg-koolzaadlijnen verplicht gemonitord wordt op locaties waar de kans het grootst is wilde gg-koolzaadpopulaties aan te treffen, zoals langs spoorwegen. De COGEM is van mening dat het monitoringsplan moet worden uitgebreid alvorens de vergunning voor import en verwerking van MS8, RF3 en MS8xRF3 kan worden hernieuwd.