Terug naar overzicht

Publicaties

Adviezen 27.01.2006

Expressie van prioneiwitten in muizencellijnen. Inactivatie van prionen in vloeibaar afval

(CGM/060127-01)

De COGEM is gevraagd te adviseren over een inactivatiemethode voor prioneiwitten in vloeibaar afval. De aanvrager maakt in zijn experimenten gebruik van een transgene muizencellijn waarin het prioneiwit (PrP)-gen van schaap is ingebracht. Na infectie met infectieus scrapie-agens zullen deze cellijnen pathogeen prioneiwit produceren. Deze prioneiwitten zijn zeer stabiel en gangbare inactivatiemethoden volstaan veelal niet. Specifieke inactivatiemethoden zijn daarom vereist. Voor het inactiveren van vloeibaar restafval, waarin relatief kleine hoeveelheden van het pathogene prioneiwit zullen achterblijven, verzoekt de aanvrager gebruik te mogen maken van een inactivatiemethode waarbij het vloeibaar afval op 0.1M NaOH wordt gebracht, gevolgd door een incubatie van 5 uur bij 90°C. De aanvrager heeft ter onderbouwing van deze methode experimentele data overlegd met gegevens over inactivatiemehoden waarbij zowel oplopende natronloogconcentraties als oplopende pH-waarden in combinatie met verhitting worden toegepast. Deze gegevens tonen onder meer aan dat bij een pH-waarde van 12 of hoger, in combinatie met verhitting bij minimaal 80°C, volledige inactivatie wordt bereikt. De COGEM sluit niet uit dat, in dit specifieke geval, bij het gebruik van NaOH een pH12 of hoger niet wordt bereikt. De COGEM adviseert derhalve om in plaats van de te inactiveren oplossing op 0.1M NaOH te brengen, deze op minimaal pH12 te stellen voorafgaande aan incubatie gedurende 5 uur bij 90°C.