Terug naar overzicht

Publicaties

Adviezen 27.02.2014

Classificatie van basidiomycete witrotschimmels

(CGM/140227-03)

De COGEM is gevraagd te adviseren over de indeling in pathogeniteitsklasse van de Basidiomycete schimmelsoorten Ceriporiopsis subvermispora (Sparrenporia), Irpex lacteus (Melkwitte irpex), Phlebia radiata (Oranje aderzwam), Phlebia tremellosa (Spekzwoerdzwam), Pleurotus eryngii (Kruisdisteloesterzwam), Pleurotus pulmonarius (Bleke oesterzwam) en Trametes versicolor (Gewoon elfenbankje), Ganoderma australe (Dikrandtonderzwam) en Phellinus pini (Dennenvuurzwam). Tevens is zij verzocht te adviseren over het inperkingsniveau waarop de vervaardiging van genetisch gemodificeerde (gg-) schimmels van deze soorten ingeschaald dienen te worden.
De COGEM adviseert de schimmelsoorten C. subvermispora, I. lacteus, P. radiata, P. tremellosa, P. eryngii, P. pulmonarius en T. versicolor in te delen in pathogeniteitsklasse 1. De COGEM is van mening dat voorgenomen werkzaamheden met deze schimmels op ML-I niveau uitgevoerd kunnen worden met een aanvullend voorschrift voor spoorvormende schimmels. De soorten G. australe en P. pini zijn bekend als plantpathogeen van diverse boomsoorten. De COGEM adviseert deze te classificeren als pathogeniteitsklasse 2. Werkzaamheden met deze schimmels kunnen worden uitgevoerd op ML-II niveau. Op de geadviseerde inperkingsniveaus en met inachtneming van het aanvullende voorschrift voor spoorvormende schimmels acht de COGEM het risico van de beschreven werkzaamheden met deze schimmelsoorten voor mens en milieu verwaarloosbaar klein.