Terug naar overzicht

Publicaties

Adviezen 02.04.2013

Genetically modified oilseed rape (Brassica napus): Aspects in relation to the environmental risk assessment and post-market environmental monitoring of import applications

(CGM/130402-01)

Genetisch gemodificeerd (gg-)Koolzaad (Brassica napus) is het enige binnen de Europese Unie (EU) geautoriseerde gg-gewas dat zich in Nederland en andere landen van Noord-West Europa buiten de akker kan vestigen. Koolzaad komt voor in verstoorde grond langs transportroutes (waaronder spoorwegen), bij overslagstations en langs akkerranden. Populaties in Nederland zijn klein en verdwijnen na verloop van tijd. Koolzaad kan in de natuurlijke omgeving met zijn nauwe verwant Raapzaad (Brassica rapa) kruisen.
In diverse landen zijn verwilderde populaties van herbicidentolerant gg-Koolzaad langs transportroutes beschreven. Het gebruik van herbiciden selecteert voor dit type gg-planten. In het buitenland is in wegbermen het samenkomen van verschillende transgene herbicidentolerantie eigenschappen in één Koolzaadplant ('stacking') en de overdracht van transgenen van gg-Koolzaaad naar in het wild voorkomend Raapzaad waargenomen.
Binnen de EU zijn voor import en verwerking van gg-Koolzaad vijf herbicidentolerante lijnen toegelaten. Voor de milieurisicoanalyse van gg-Koolzaad is het van belang om te weten of in het milieu gg-Koolzaad aanwezig is. Het kan op voorhand niet uitgesloten worden dat door 'stacking' een mogelijke combinatie van transgene eigenschappen of een mogelijke interactie tussen producten van deze transgenen tot een potentieel schadelijk effect kunnen leiden. De COGEM beschouwt monitoring in de vorm van general surveillance (GS) als het geëigende instrument om dergelijke indirecte, onverwachte, potentieel schadelijke milieueffecten te identificeren. Daarom acht de COGEM het noodzakelijk dat bij iedere importvergunning van gg-Koolzaad een monitoringsverplichting in de vorm van GS opgenomen wordt. Deze monitoring moet zich richten op plaatsen waar de kans het grootst is wilde transgene Koolzaadpopulaties aan te treffen zoals transportroutes (waaronder spoorwegen omdat daar herbiciden worden toegepast) en bij overslagstations. Indien gg-Koolzaad wordt waargenomen, dient er ook monitoring van in de buurt liggende Raapzaadpopulaties plaats te vinden op de aanwezigheid van transgene eigenschappen.