Terug naar overzicht

Publicaties

Adviezen 10.12.2012

Experimenten met onbekende adenovirussen uit mensapen

(CGM/121210-01)

De aanvrager heeft een vergunning voor het vervaardigen van genetisch gemodificeerde (gg-) virale vectoren als genoverdrachtsysteem, op basis van humane adenovirussen. Nu wil de aanvrager ook met nieuwe, nog te karakteriseren adenovirussen uit mensapen werken. Door nieuwe adenovirussen uit apen als basis voor virale vectoren te gebruiken, hoopt de aanvrager de bestaande immuniteit tegen adenovirussen in de bevolking te omzeilen. De adenovirussen zullen worden geïsoleerd uit de fecaliën van chimpansees, bonobo’s en gorilla’s. De te betrekken apen leven in gevangenschap en vertonen geen symptomen van ziekte. De virale vectoren zullen replicatiedeficiënt worden gemaakt door het E1 gen, dat verantwoordelijk is voor onder andere het induceren van virale replicatie, te verwijderen.
Adenovirussen worden gekenmerkt door een gastheerbereik dat is beperkt tot één soort of nauw verwante soorten. Infecties met adenovirussen verlopen doorgaans zonder symptomen of met een lichte verkoudheid, hoewel patiënten of dieren met een verzwakt immuunsysteem ziek kunnen worden. Alle eerder geclassificeerde adenovirussen zijn voor gg-werkzaamheden ingedeeld in pathogeniteitsklasse 2.
De COGEM acht de kans zeer klein dat de te isoleren adenovirussen voor de mens pathogener zullen zijn dan eerder beschreven primatenadenovirussen, op grond van de lage pathogeniteit van adenovirussen; de verwachte overeenkomsten tussen de nieuwe adenovirussen uit apen en reeds bekende apen- en humane adenovirussen; en het feit dat de te betrekken apen asymptomatisch zullen zijn en in nauw contact staan met mensen. De nieuwe adenovirussen uit apen kunnen daarom behandeld worden als klasse 2 pathogeen. Om transmissie van gg-adenovirussen uit apen naar de mens te voorkomen, adviseert de COGEM enkele aanvullende maatregelen.
Met inachtneming van de voorgeschreven inperkingsmaatregelen en aanvullende voorschriften is de COGEM van mening dat de risico’s voor mens en milieu, verbonden aan de productie van en werkzaamheden met replicatiedeficiënte vectoren op basis van nieuw te isoleren adenovirussen uit mensapen, verwaarloosbaar klein zijn.