Terug naar overzicht

Publicaties

Adviezen 07.05.2013

Aanvullend advies over de teelt van gg-maïslijn 59122

(CGM/130507-01)

De COGEM is naar aanleiding van het verschijnen van de EFSA opinie over maïslijn 59122 opnieuw gevraagd om te adviseren over de teelt van deze genetisch gemodificeerde maïslijn. Maïslijn 59122 brengt de cry34Ab1 en cry35Ab1 genen, die een onderling versterkend effect hebben, tot expressie en is hierdoor resistent voor bepaalde keverachtigen, zoals de maïswortelkever (Diabrotica spp.). Daarnaast brengt deze maïslijn het pat gen tot expressie, waardoor zij tolerant is voor glufosinaat-ammonium bevattende herbiciden.
De COGEM kwam eerder tot de conclusie dat bij de teelt van maïslijn 59122 de risico’s voor mens en milieu hoogstwaarschijnlijk verwaarloosbaar klein zijn. De aangeleverde informatie was echter niet voldoende om eventuele effecten van 59122 maïs op lieveheersbeestjes uit te kunnen sluiten. Bij een laboratoriumstudie waarbij lieveheersbeestjes aan een hoge hoeveelheid Cry eiwit werden blootgesteld, hadden de lieveheersbeestjeslarven een lager gewicht. Dit zou mogelijk een effect kunnen hebben op het aantal nakomelingen. De COGEM vond het daarom noodzakelijk dat bij het monitoren specifiek aandacht aan lieveheersbeestjes wordt besteed.
De aanvrager heeft nieuwe laboratoriumstudies uitgevoerd om effecten op Europese lieveheersbeestjes te onderzoeken. Bij deze studies werden de lieveheersbeestjes echter blootgesteld aan lage of onbekende hoeveelheden Cry eiwit. De resultaten van aanvullende veldproeven kunnen niet gebruikt worden om conclusies te trekken over een eventueel effect van 59122 maïs op lieveheersbeestjes, omdat in de veldproef slechts geringe aantallen lieveheersbeestjes werden aangetroffen. De aanvullende studies naar de mogelijke effecten op lieveheersbeestjes nemen daarom de eerdere bezorgdheid van de COGEM niet weg.
Gezien het bovenstaande vindt de COGEM het nog steeds van belang dat bij een toelating voor teelt van 59122 maïs specifiek op lieveheersbeestjes wordt gemonitord tenzij er door de aanvrager overtuigende aanvullende experimentele gegevens worden overlegd.