Terug naar overzicht

19.12.2013 | Impressie symposium ‘Omgaan met risico's, dansen op een slap koord!’

Op donderdag 21 november organiseerde de Commissie Genetische Modificatie (COGEM) ter gelegenheid van het afscheid van haar voorzitter, prof Bastiaan Zoeteman, een symposium over risicobeoordeling en het omgaan met risico’s in Stadspaleis ‘Het Spaansche Hof’ te Den Haag.

In de twaalf jaar van het voorzitterschap van Bastiaan Zoeteman, is het denken over risico’s, risicoperceptie, het omgaan met risico’s, en risicocommunicatie geëvolueerd. Het omgaan met risico’s door beleid en risicobeoordelaars, door risico’s wetenschappelijk te bepalen en risicoreducerende maatregelen te nemen, lijkt onvoldoende om burger en maatschappij gerust te stellen. De risicoperceptie van burgers lijkt een steeds belangrijkere rol te hebben in het maatschappelijk debat over hoe omgegaan moet worden met potentiële risico’s. Dit speelt niet alleen bij omstreden wetenschappelijke innovaties zoals genetische modificatie, maar in tal van maatschappelijke aandachtsvelden.

Vier sprekers belichtten deze thematiek uit verschillende invalshoeken. André Knottnerus, voorzitter van de WRR, ging in zijn presentatie in op de rol van wetenschappelijk advies bij de risicobeoordeling. Aan de hand van een aantal beleidsbepalende publicaties schetste hij onder meer hoe het denken over het omgaan met risico’s is veranderd in de afgelopen vijfentwintig jaar. In de jaren ‘80 van de vorige eeuw werd vooral een mathematische benadering van risicoschatting voorgestaan, terwijl later meer focus lag op voorzorg. Een recente ontwikkeling is dat de verdeling van verantwoordelijkheden van de verschillende actoren opnieuw bezien wordt. Hij wees op het belang om te leren uit de verschillende beleidsterreinen waarin omgang met risico’s speelt. Hij eindigde met een aantal conclusies over de rol van wetenschappelijk advies, waaronder de noodzaak van signaleren en agenderen van nieuwe ontwikkelingen, het mobiliseren van expertise, en het betrekken van politiek en samenleving bij risicoafwegingen.

André van der Zande, Directeur generaal RIVM, ging in zijn presentatie in op de rol van de wetenschap en het samenspel met de samenleving. Risicoafweging is niet (meer) het exclusieve terrein van wetenschappers. Er is een toename van onzekerheden in wetenschap en maatschappij, een steeds verder gaande medialisering, en vervaging van de grenzen tussen wetenschap en maatschappij, waardoor het vertrouwen in de wetenschap daalt. De wetenschap moet daarom op zoek naar een antwoord dat rekening houdt met complexiteit en context: sociaal robuuste kennis. In aansluiting met Knottnerus wees hij er op dat risicoperceptie meer is dan een getal uit kansberekening en dat het gaat om de mate waarin het publiek bepaalde risico’s wil accepteren. Daarbij moeten emoties niet als irrationeel worden weggezet, omdat ze een belangrijke indicator zijn van morele bezwaren tegen bepaalde ontwikkelingen. Aan de hand van een aantal voorbeelden uit de praktijk van het RIVM pleitte hij dat de wetenschap de ‘Agora’ betreedt. De Agora is de publieke ruimte die wordt gevormd door interactie tussen alle relevante actoren, waarin alle perspectieven bij elkaar worden gebracht, en die permanent aan verandering onderhevig is.

Annemarie Jorritsma, Burgemeester Almere en Voorzitter Veiligheidsbestuur van de Veiligheidsregio Flevoland, ging in op het omgaan met risico’s en risicosituaties. Zij startte haar presentatie met de opmerking dat er zich in Nederland geen rampen meer hadden voorgedaan sinds de vuurwerkramp in Enschede. In de media wordt het woord ‘ramp’ echter veelvuldig gebruikt. Incidenten worden door de media uitvergroot. Door de opkomst van de sociale media is het landschap veranderd. Berichten, filmpjes en foto’s worden door omstanders bij rampen en incidenten gedeeld op Facebook en Twitter. Niet langer kan volstaan worden met een dagelijks persbericht van de betrokken instanties, burgers en media willen meteen geïnformeerd worden. Daarom mogen in Almere onder meer persvoorlichters meteen informatie verschaffen, zonder dat over de inhoud eerst overleg is gevoerd. Jorritsma merkte verder op dat in de communicatie het belangrijk is dat een incident niet onnodig opgeblazen wordt. Ze wees erop dat draaiboeken en procedures bij rampen van beperkte waarde zijn. Ernstige incidenten komen in Nederland weinig voor. Ambtenaren en bestuurders krijgen daardoor waarschijnlijk maar eenmaal met zo’n incident te maken, waardoor ze geen ervaring hebben hoe te opereren onder dergelijke omstandigheden. Zij pleitte daarom voor het instellen van een landelijk opererend team van ervaren mensen die ingezet kunnen worden wanneer zich ergens een ernstig incident voordoet. Als laatste merkte ze op dat na elk ernstig incident er de roep is om nieuwe regelgeving en strengere procedures. Ze wees erop dat overhaaste nieuwe regelgeving geen bijdrage levert aan een veiliger Nederland.

Tjibbe Joustra, Voorzitter Onderzoeksraad Voor Veiligheid, belichte de thematiek vanuit het perspectief wanneer er iets fout gegaan is. Aan de hand van enkele onderzoeken van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid schetste hij wat oorzaken kunnen zijn van het ontstaan van ernstige incidenten. Opvallend daarbij is dat vaak de procedures bij bedrijven en instellingen goed op orde zijn en er vaak ook aandacht is voor het voorkomen van incidenten. Het zijn echter de onvoorziene en onverwachte gebeurtenissen die leiden tot ernstige effecten en schade, en mensenlevens kunnen kosten. Het (pro)actief en effectief kunnen inspringen op onverwachte zaken van de betrokkenen is vaak belangrijker dan het hebben van draaiboeken e.d. Hij merkte verder op dat een risicoloze samenleving niet mogelijk is, en dat er dikwijls geen echte schuldige aan te wijzen valt bij een ernstig incident. In aansluiting bij Jorritsma pleitte hij voor een verbod op nieuwe regelgeving na incidenten.

Bastiaan Zoeteman, Voorzitter COGEM, sloot het symposium af door stil te staan bij enkele belangrijke vragen rond de biotechnologie die buiten het directe mandaat van de COGEM liggen, maar die naar zijn mening voor de samenleving en de risicoperceptie van biotechnologie belangrijk zijn. U kunt zijn afscheidsrede hier nalezen.