Terug naar overzicht

28.06.2010 | Persbericht: Verspreiding van koolzaad in Nederland overschat

Koolzaad komt in het wild nauwelijks in Nederland voor, blijkt uit een recent verschenen rapport dat in opdracht van de Commissie Genetische Modificatie (COGEM) is opgesteld. De gele bloemen die zomers de bermen bevolken, blijken in de meeste gevallen raapzaad te zijn. Dit impliceert dat het verwilderingspotentieel in Nederland van koolzaad en dus ook van genetisch gemodificeerde (gg-) koolzaad in het verleden is overschat.

Raapzaad komt in Nederland veel vaker en in grotere populaties voor dan koolzaad. Tot deze conclusie komen onderzoekers van de Universiteit Leiden onder leiding van Tom de Jong. In opdracht van de COGEM en met hulp van vrijwilligers van de stichting FLORON hebben de onderzoekers de verspreiding van koolzaadpopulaties in Nederland in kaart gebracht. De koolzaadpopulaties die worden aangetroffen zijn vaak klein en komen voor op plaatsen waar teelt, transport en overslag van koolzaad plaatsvindt.

Het onderzoeksresultaat staat in contrast met de verspreidingsdata in de huidige Nederlandse Flora en Fauna database. Waarschijnlijk is raapzaad, vanwege de grote uiterlijke overeenkomsten met koolzaad, in het verleden vaak aangezien voor koolzaad. Om de soorten van elkaar te onderscheiden maakten de Leidse onderzoekers gebruik van moleculaire technieken en meerdere uiterlijke kenmerken. 

Kennis over de verspreiding van koolzaadpopulaties in Nederland is noodzakelijk voor een verfijning van de milieurisicoanalyse bij de toelating van gg-koolzaad. Op dit moment wordt er nauwelijks gg-koolzaad in Nederland geïmporteerd. Dit kan in de toekomst veranderen, omdat de vraag naar koolzaad voor verwerking tot olie toeneemt. In de huidige risicoanalyse wordt uitgegaan van het meest risicovolle scenario dat gg-koolzaad zich gemakkelijk vestigt in de natuur en kruist met niet-gg-koolzaad of raapzaad. Uit het onderzoek van de Universiteit Leiden kan worden afgeleid dat koolzaad zich echter slecht in de Nederlandse natuur kan vestigen.

De vraag of transgenen uit gg-koolzaad zich door inkruising kunnen verspreiden en handhaven in het wilde raapzaad, wordt in een vervolgonderzoek onderzocht. Koolzaad kan kruisen met raapzaad, waarbij hybriden worden gevormd. De onderzoekers hebben op een aantal plaatsen in Nederland dergelijke hybriden aangetroffen. In het vervolgproject zal de Universiteit Leiden onderzoeken of de hybriden terugkruisen met raapzaad en of hybriden zich kunnen vestigen in de Nederlandse natuur. 

Het rapport getiteld: ‘A baseline study of the distribution and morphology of Brassica napus L. and Brassica rapa L. in the Netherlands’ kunt u hier downloaden.

Aanbiedingsbrief

Persbericht