Terug naar overzicht

23.12.2010 | Persbericht: Onvoorziene nadelige effecten van 15 jaar gentechteelt te wijten aan herbiciden

In de afgelopen vijftien jaar heeft de teelt van genetisch gemodificeerde (gg-) gewassen in de Verenigde Staten enkele nadelige gevolgen gehad voor het milieu en de landbouw, maar dit was grotendeels voorzien. De onvoorziene nadelige gevolgen die zijn gevonden, zijn veroorzaakt door het gebruik van herbiciden. Dit blijkt uit een vandaag verschenen rapport dat in opdracht van de Commissie Genetische Modificatie (COGEM) is uitgevoerd.

De meeste effecten van gg-teelt op en rond de akker in de Verenigde Staten worden niet veroorzaakt door de gg-gewassen zelf, maar door teeltmaatregelen zoals het gebruik van herbiciden en door de afname van plaaginsecten op het gewas. Voorziene negatieve effecten zijn bijvoorbeeld de afname van insectenpopulaties en onkruiden op de akker, een veranderde gevoeligheid van de gg-plant voor ziektes en weersomstandigheden en het optreden van resistentie bij plaaginsecten en onkruiden.

Het gebruik van het herbicide glyfosaat heeft ook nadelige effecten gehad die niet waren voorzien, blijkt uit het onderzoeksrapport. Glyfosaat zorgt ervoor dat herbicidentolerante planten minder essentiële metalen zoals ijzer en mangaan opnemen en gevoeliger zijn voor schimmelziekten dan conventionele planten. Deze effecten worden niet door de transgene eigenschap zelf veroorzaakt. In de praktijk worden deze beperkte agrarische problemen door bijmesten verholpen.

De COGEM wilde door middel van een terugblik op gg-teelt in de Verenigde Staten een beter beeld krijgen van de eventuele onvoorziene nadelige effecten hiervan op het milieu en de landbouw op de lange termijn. In Europa is nog weinig ervaring met teelt van gg-gewassen, terwijl in de Verenigde Staten al vijftien jaar op grote schaal gg-gewassen worden geteeld. In de VS vindt vooral onderzoek naar de landbouweffecten van gg-gewassen plaats. De gevolgen van gg-teelt op het milieu buiten de akker worden er niet systematisch in kaart gebracht.

De studie is uitgevoerd door Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (WUR) en heeft de titel ‘Inventory of observed unexpected environmental effects of genetically modified crops’.

Brief en rapport